Latent control on the distributon of music

Latent control on the distributon of music

(Engels)

In the early days, photography was solely predestined for the Photographer. This skilled worker governed both the analogue camera as the development of its negatives. The dawn of the digitale age introduced a less labor intensive way to produce a photograph. Anyone who could handle a digital camera, computer and a printer is able to be a photographer and reproduce art.

The conventional developing process is replaced by a digital one and the barriers of the complex analogue process are gone. Digitalizing infrastructures and universalizing protocols will result in the fact that numerous devices can communicate with one another. An universal language which is based on binary code. This has advantages for distribution, speed and the amount of information send, but has also implications. A reduction of an analogue to binary code will influence form, purpose and content of the archetype. From 2003 to 2008, Sony BMG had to deal with different lawsuits regarding a policy to secretly implement rootkit software for customers of their content to prohibit its reproduction. Secretly implementing information which alters its manifested purpose is related to what I have coined: ‘latent remixability’. Issues that I am going to scrutinize in my thesis are the layers behind latent remixability. How does latent remixability fit into contemporary society? Which roles do new cultural forms play? What does copyright and original content actually mean within the era of endless reproductivity and endless remixability? How does this fit into a Foucauldian or Deleuzian perspective, or both, and where does Alexander Galloway come in?

Download here my paper on the topic of latent remixability. (still in Dutch)

(Dutch)

Vorig jaar is er een onderzoek gedaan naar de toereikendheid van de Nederlandse wetgeving omtrent digitale persoonsgegevens. Hierin wordt gesteld (Bisseling, 2007) dat we op dit moment in een overgangsfase zitten van conventionele, analoge identificatie naar digitale virtuele identificatie. Daarbij speelt het wederzijdse vertrouwen tussen de overheid en de burger een centrale rol. Dit vertrouwen wordt problematisch als de identiteit niet met zekerheid kan worden vastgesteld. De technieken kunnen immers nog steeds niet aantonen dat ‘jij wel diegene bent die je beweert te zijn’. Het ontbreken van deze zuivere identificatie kan veel gevolgen hebben voor het vrij bewegen in de virtuele en fysieke ruimtes.

De persoonsgegevens die aan verschillende instanties of organisaties worden verstrekt, worden in databanken opgeslagen. Daarmee zijn ze gemakkelijk te verwerken en voor verschillende instanties of personen beschikbaar te stellen. Dankzij computers kan de overheid tal van ingewikkelde wetten doelmatig uitvoeren en de burger optimaal van dienst zijn. Ook particuliere organisaties en bedrijven kunnen door geautomatiseerde gegevensverwerking efficiënter werken. Maar tegelijkertijd is het moeilijker geworden om te achterhalen welke persoonsgegevens door landen, organisaties en bedrijven zijn vastgelegd, waar die gegevens voor worden gebruikt en aan wie ze worden doorgegeven. Dit is in de wetgeving vastgelegd. De persoonsgegevens die worden gebruikt, moeten juist en volledig zijn. Ze mogen ook alleen worden gebruikt voor het doel waar de burger ze voor verstrekt heeft. Sommige gegevens zijn vertrouwelijk en moeten zodanig worden behandeld, dat ze uitsluitend worden vastgelegd door de persoon of instantie die ze nodig heeft. Ze mogen niet verder worden verspreid dan noodzakelijk is. Het zijn immers persoonlijke gegevens.

Een voorbeeld waarin de privacy van de burgers in het geding komt is de ophanden zijnde overeenkomst tussen de Verenigde Staten en de Europese Unie. Er wordt onderhandeld over het verstrekken van Personal Name Records (PNR) door luchtvaartmaatschappijen aan Amerikaanse autoriteiten in het kader van terrorismebestrijding. Drie belangen komen samen; de financieel-economische belangen van de luchtvaartmaatschappijen; de uitwisseling van persoonsgegevens in het belang van de veiligheid en de handhaving van de principes van de bescherming van persoonsgegevens in de wet bescherming persoonsgegevens. De passagiers dreigen essentiële rechten te verliezen als er geen controle meer kan zijn op het gebruik van de passagiersgegevens door de Amerikaanse autoriteiten. Als de belangen van de luchtvaartmaatschappijen en de Amerikaanse autoriteiten zwaarder wegen dan de privacy van een passagier, dan kunnen de passagiers ook geen beroep meer doen op de rechtsbescherming in geval van foutief gebruik van hun persoonsgegevens [PNRdossier 2007].

Download document